| De helft van alle gevallen van blindheid en 90%
van alle oogongevallen kunnen voorkomen worden, indien men
de noodzakelijke preventiemaatregelen in acht neemt.
Regelmatig oogonderzoek (minstens jaarlijks) is aangewezen
bij personen met een familiale voorgeschiedenis van glaucoom
(verhoogde oogdruk), cataract (staar), strabisme (scheelzien), retinaloslating
en aangeboren oogaandoeningen.
Personen die lijden aan systeemziekten (diabetes of suikerziekte,
nierziekten, verhoogde bloeddruk) moeten in samenspraak met hun
behandelende arts ook regelmatig een oogonderzoek ondergaan.
Bij kinderen is preventief oogonderzoek van groot belang.
Voor de verdere ontwikkeling van de oogfunctie is normaal functioneren
van het visueel apparaat vanaf de geboorte absoluut onontbeerlijk.
|