| |
Strabisme (scheelzien)
Komt voor bij 4% van de kinderen. Afwezigheid van behandeling
resulteert in 50% in blijvende amblyopie,d.w.z. duidelijke zwakkere
visus aan één oog, onvoldoend dieptezicht en cosmetisch
storende oogafwijkingen, (scheelzien).
Een onvoldoende dieptezicht is ook een handicap voor bepaalde beroepen
(vliegwezen, chirurgie, gespecialiseerde technologie), waarvoor
een perfect stereoscopisch gezichts- vermogen vereist is.
De behandeling van strabisme heeft verschillende aspecten en dit
volgens het type strabisme. Uitzonderlijk verdwijnt de toestand
spontaan of met toedienen van druppels. Meestal is het dragen van
een brilcorrectie of heelkundige behandeling al dan niet
in associatie met het dragen van een brilcorrectie aangewezen. Een
occlusiebehandeling (afdekken of indruppelen van het goede oog)
is meestal ook tijdelijk noodzakelijk. Heelkunde is in een aantal
gevallen noodzakelijk.
|
|