| |
De oogdrukverhoging treedt (bij de chronische vorm)
meestal zeer geleidelijk op in de loop der jaren en geeft geen subjectieve
klachten (zoals de pijn die voorkomt bij de acute vorm).
De uitvalverschijnselen ontstaan, doordat de verhoogde oogdruk beschadiging
veroorzaakt aan de gezichtszenuw.
Bij onbehandeld chronisch glaucoom zal de patiënt pas iets
merken, wanneer de ziekte reeds ver gevorderd is en er een aanzienlijke
beperking van het perifeer gezichtsveld is ontstaan, of wanneer
de centrale gezichtsscherpte is aangetast. Het gezichtsveld is de
ruimte die men overziet, wanneer men recht voor zich uit kijkt.
Met het perifeer gezichtsveld kan men zich oriënteren
en het centraal gezichtsveld laat ons toe te lezen, te schrijven
enz.
|
|
| |
Aanvankelijk vallen slechts kleine gedeelten van het gezichtsveld
uit. Dit "uitvallen" kan enkel ontdekt worden door een
gecomputeriseerd gezichtsveldonderzoek, dat nauwkeurige vergelijkingen
mogelijk maakt. Later raakt het gezichtsveld verder beperkt en wordt
dit ook voor de patiënt merkbaar, wat het best verduidelijkt
wordt in figuren 6 en 7, die een toenemende beperking van het gezichtsveld
aan één oog tonen.
Is het perifeer gezichtsveld van beide ogen beperkt, dan raakt
de patiënt visueel duidelijk gehandicapt. Nog later wordt ook
de centrale gezichtsscherpte aangetast, zodat de patiënt niet
meer kan lezen, T.V.-kijken, enz. In een verder stadium gaat het
gezichtsvermogen geheel verloren en treedt definitieve blindheid
in. Deze toestand is dan niet meer voor verbetering vatbaar.
|
|