| |
Hoe wordt de glaucoompatiënt of
de "van glaucoom verdachte" patiënt onderzocht?
Om meer zekerheid te krijgen over diagnose, om het stadium van de
aandoening te bepalen en om de doeltreffendheid van een behandeling
te controleren, staan de oogarts verschillende onderzoeksmethoden
ter beschikking:
- Het onderzoek van de oogdruk: hierbij wordt (met aplanatie
of lucht-tonometer) de druk gemeten, nadat het oog door indruppelen
lokaal verdoofd werd.
- Het onderzoek van het gezichtsveld: hierbij moet de
patiënt een punt fixeren met één oog en aangeven,
wanneer hij, zonder het oog te bewegen, een lichtje ziet dat zich
bezijden, boven of onder dit punt bevindt. De intensiteit, de
grootte en de plaats van het lichtpunt veranderen dan telkens.
- Het onderzoek van het netvlies en de oogzenuw met behulp
van de oftalmoscoop, waarbij het oog na pupilverwijding wordt
onderzocht.
- Het onderzoek van de oogbol op de plaats waar het kamerwater
afgevoerd wordt (trabeculair systeem) met behulp van een
contactglas en de microscoop.
- Het onderzoek van de eventuele schommelingen van de
oogdruk tijdens het verloop van de dag, de zogenaamde dagcurve.
- Het O.C.T. onderzoek: waarbij met nieuwste Zeiss apparatuur
de eventuele beschadiging van de oogzenuw of van de vezels worden
opgemeten.

duidelijke aantasting in rood van de zenuwbundellaag bij glaucoom
en abnormale vorm van de oogzenuw(de zogenaamde excavatie)
 |
|