|
Naar gelang van de aard evolueert cataract snel of langzaam.
Meestal wordt het andere oog vroeg of laat ook getroffen,
maar de aandoening verloopt niet steeds gelijktijdig in beide
ogen.
Bij toename van cataract wordt alles wazig. Lezen en herkennen
van voorwerpen of personen op een afstand worden moeilijk
en tenslotte totaal onmogelijk. Soms wordt het moeilijk nog
te zien bij fel zonlicht of bij duisternis en vormt er zich
een dubbel beeld, een schittering of een regenboog rond lichtpunten.
Bij het begin van cataract wordt het lezen soms gemakkelijker,
maar het "verte-zicht" vermindert.
Patiënten met cataract zien de buitenwereld alsof zij
kijken doorheen een mat glas of door een waterval. "Cataract"
is dan ook het Oudgrieks woord voor "waterval".
|