| |
|
| |
 |
|
| |
Consultatie
en voorbereiding op de heelkunde

|
Wanneer u in aanmerking
komt voor refractieve chirurgie, worden verder doorgedreven
onderzoeken uitgevoerd. Voor dit speciale onderzoek moeten harde
contactlenzen drie weken en zachte lenzen een week worden uitgelaten.
Het onderzoek bestaat in het opmeten van de gezichtsscherpte,
het biomicroscopisch onderzoek van het oog, het opmeten van
de pupildiameter in donker, het opmeten van de oogdruk, het
opmeten van de traankliersecretie, het bepalen van het gezichtsveld
en het onderzoek van de oogfundus na dilatatie. De topografische
mapping van de corneakromming op verschillende plaatsen
en de pachymetrie (diktemeting van het hoornvlies), naast
speculaire microscopie (het meten en tellen van de hoornvliescellen)
maken eveneens een belangrijk deel uit van het onderzoek. |
|
|
Refractieve Oogchirurgie, 16 vooronderzoeken
Een woordje uitleg bij de 16 vooronderzoeken van "Refractieve Oogchirurgie":
- Vooreerst worden uw huidige brillen, eventueel verte- en leesbril
volledig opgemeten en ingegeven in de computer.
- Videokeratografie of uitmeten van de voorste hoornvlieskromming
(TMS) op meer dan 7.000 verschillende punten. Deze meting geeft aanwijzingen
over de regelmatig- of onregelmatigheid van het hoornvlies en wijst
op eventueel aanwezige pathologie die Lasik zou kunnen uitsluiten.
- Wavefrontmeting met de "Zeiss Wasca Analyser". Deze
meting geeft informatie over de optische kwaliteit van het ganse oog.
Eventueel aanwezige belangrijke afwijkingen worden met specifieke Customised
Ablation weggewerkt. In ongeveer 1 geval op 5 dient er een bijkomende
Customized Wavefront Guided Ablation te worden geprogrammeerd om een
zo goed mogelijk resultaat te bereiken: in alle andere gevallen heeft
het geen zin om dit te doen.
- Bepaling van de Refractie en van de Gezichtsscherpte met de
"Autorefractor". Deze test geeft enkel een idee over de visus
en wordt later door de Oogarts met een subjectieve bepaling van de manifeste
refractie bijgewerkt.
- Oogdrukmeting met de "Non contact tonometer": dit
is een screeningtest om een eventueel aanwezig Glaucoom niet te missen.
De normale oogdruk mag tot 20 mm. Hg. gaan.
- Meting van het brekend vermogen van het hoornvlies met de "Autokeratometer".
Deze meting is van belang om het behandelingsprogramma voor de Laser
te berekenen.
- Speculaire microscopie of het uitmeten van het aantal cellen
per mm2 op het endotheel, het achterste en binnenste deel van het hoornvlies.
Normale waarden zijn 1500 en meer, cellen per mm2. Indien Uw hoornvlies
ziek is komt U niet in aanmerking voor Lasik.
- Ooglengtemeting met "Zeiss IOL Master". Hierbij wordt
met laser de ooglengte tot op 1/100e mm. nauwkeurig bepaald. Normalerwijze
zijn bijziende of myope ogen langer en verziende of hypermetrope ogen
korter dan het normale oog. De gemiddelde ooglengte is 23.4 mm.
- Gezichtsveldbepaling met de Zeiss Humphrey field analyzer:
dit laat toe een ziek oog van een normaal oog te scheiden. Het gezichtsveld
is de ruimte die men kan overzien zonder het oog te bewegen. Het komt
voor dat het centraal zicht perfect is maar dat het gezichtsveld is
aangetast door bv. glaucoom of circulatiestoornissen in het netvlies.
Ook in die gevallen komt het oog niet in aanmerking voor Lasik.
Door de Oogarts worden daarna een aantal bijkomende metingen verricht:
- Het spleetlamponderzoek van het voorste oogsegment van het
oog: onderzoek van de ooglens en van het hoornvlies. Ook hier dient
de lens klaar en intact te zijn opdat U in aanmerking zou komen voor
Lasik.
- De subjectieve bepaling van de manifeste refractie-afwijking van
myopie, hypermetropie of astigmatisme.
- De bepaling van het dominante of het meester oog; Vanaf de
leeftijd van 40 jaar wordt er soms geopteerd voor een zekere ondercorrectie
van het niet-dominante oog, om het lezen te vergemakkelijken. Dit houdt
dan wel in dat het verte zicht vooral 's avonds met de auto iets minder
is met dat oog.
- De mesopische pupillometrie of opmeten van de pupildiameter
met de Colvard Pupillometer in half duistere omstandigheden. Deze meting
is onontbeerlijk om de diameter van de te behandelen zone te bepalen
opdat deze zone, ook in halfduister, gans de pupil zou bedekken.
- De pachymetrie, of meting van de dikte van het hoornvlies.
Een waarde beneden de 500 Micron (5OO/1000E mm) sluit meestal Lasik
uit. In die gevallen zijn er wel andere methode van de refractieve heelkunde
mogelijk zoals bv. Lasek of een lensimplant.
- Het oogfundusonderzoek, meestal na dilatatie van de pupil;
onderzoek van het netvlies.
Het netvlies dient gezond en onaangetast te zijn opdat U in aanmerking
zou komen.
- Een evaluatie van uw traanfilm, al dan niet met het inbrengen
van Schirmerpapiertjes om kwantitatief te meten.
Aan de hand van al deze gegevens wordt besproken of uw ogen in aanmerking
komen voor Lasik of wordt geopteerd voor een andere vorm van refractieve
Oogchirurgie en wordt de planning bepaald.
Daarna zal de oogarts, samen met U, het verwachtingspatroon en alle beperkingen
en nevenwerkingen van de techniek bespreken.
|