Plastische ooglidchirurgie

Oogprothese

Laaghangend ooglid
  Wat
  Andere oorzaken
  Medicijnen
  Operatie
  Bijwerkingen
  Complicaties
  Besluit

Tranende ogen kind

Tranende ogen volw.

Botox
   
 

Andere oorzaken

Soms komt een ptosis voor bij neurologische aandoeningen. Sommige onder hen worden hier kort beschreven. Indien een van deze aandoeningen wordt vermoed, wordt u vaak naar de neuroloog verwezen. Daar worden dan specifieke testen uitgevoerd, om de functie van de spieren te testen (EMG), en eventueel kan een proefbehandeling met medicatie worden voorgesteld, zoals bij myasthenia gravis.

1. CPEO
Chronisch Progressieve Externe Ophthalmoplegie (CPEO) is een aandoening waarbij zowel oog- als ooglidbewegingen in de loop van het leven beperkt raken. Soms komen tevens andere aandoeningen voor, zoals slikstoornissen, hartritmestoornissen en andere. Soms vertoont deze aandoening erfelijke kenmerken.
Indien de functie van de spier die het ooglid heft erg zwak is, wordt er een frontalissuspensie verricht met siliconenrubber. Zie hiervoor de informatiefolder over congenitale ptosis. We kiezen voor dit soort ingreep omdat het effect ervan nadien gemakkelijk aangepast kan worden. Vermits de oogbewegingen immers vaak zijn aangedaan, is de kans op het ontwikkelen van droge ogen na de ingreep immers erg reëel. Indien dit zou optreden, kan de spanning van het siliconenbandje dan wat worden gevierd.
Het doel van de operatie in dit geval is niet om de esthetiek te verbeteren, doch wél om de patiënt de mogelijkheid te geven opnieuw naar buiten te kijken zonder tegen de oogleden aan te zien.

2. Dystrophia Myotonica
Dit is een erfelijke aandoening die de spieren van het gelaat verzwakt. De behandeling ervan gebeurt net op dezelfde manier als bij CPEO. Er bestaat tevens een belangrijk risico op het ontwikkelen van een droog oog.

3. Myasthenia Gravis
Dit is een autoimmuunafwijking, die zich in het begin vaak uit met enkel dubbelzicht of ptosis als enige klacht. Soms blijven dit de enige klachten, doch anderzijds zijn er patiënten die nadien ook een vermoeidheidsverschijnsel ervaren ter hoogte van andere spieren van het lichaam. Typisch is dat de klachten wisselen in de loop der dag, en dat ze toenemen bij vermoeidheid.
De behandeling van deze aandoening is meestal medicamenteus. Indien dit niet lukt, kan een heelkundig herstel uitgevoerd worden.

4. Verlamming van de derde hersenzenuw.
Dit kan voorkomen na een beroerte of een ongeval. Het gevolg is dat het ooglid te laag hangt, en dat er een probleem is met de stand van het oog. Indien het ooglid dan hoger wordt geplaatst, kan het zijn dat de patiënt nadien meer gestoord wordt door de foute oogstand, met dubbelzicht als gevolg. Vaak is dus nadien ook een operatieve correctie van de oogstand nodig.
Het is vaak een moeilijk probleem, dat niet in alle gevallen perfect te corrigeren is.