Wat houdt het vooronderzoek voor refractiechirurgie in? - Oogcentrum Goes

Wat houdt het vooronderzoek voor refractiechirurgie in?

Oogcentrum Goes > Nieuws > Wat houdt het vooronderzoek voor refractiechirurgie in?

Objectieve en subjectieve refractie bepaalt of u in aanmerking komt voor refractiechirurgie. Afhankelijk van het type refractiechirurgie (laser- of lenschirurgie) kunnen volgende onderzoeken uitgevoerd worden:

Objectieve en subjectieve refractie

De autorefractor bepaalt de objectieve refractietoestand van het oog, uitgedrukt in dioptrie. Terwijl u door het toestel naar een figuur kijkt, bijvoorbeeld naar een huisje, voert het toestel een objectieve meting uit. De tekening fluctueert tijdens de meting tussen een scherp en een wazig beeld. U heeft geen invloed op het resultaat van de meting. 

Het resultaat van de autorefractor geeft een indicatie van de grootte van de refractie-afwijking. Het is het vertrekpunt voor het opmeten van de subjectieve refractie. Terwijl u letters en cijfers leest, plaatst de oogarts of optometrist verschillende lenzen voor uw oog totdat u aangeeft dat u een comfortabel scherp zicht heeft. Het resultaat van deze meting bepaalt de uiteindelijke refractie-afwijking en bijgevolg ook de grootte van de correctie die met behulp van refractiechirurgie uitgevoerd moet worden.

Gezichtsscherpte (visus)

Met de autorefractor wordt bovendien ook de gezichtsscherpte of visus bepaald. De onderzoeker vraagt om enkele letters en cijfers te lezen. De visus wordt oog per oog gemeten, zowel voor en als na de ingreep. Het doel van refractiechirurgie is om een zo hoog mogelijke visus te verkrijgen zonder gebruik te moeten maken van een optisch hulpmiddel zoals een bril en contactlenzen.

Oogdrukmeting (non-contact tonometrie)

Bij iedere consultatie wordt standaard de oogdruk opgemeten. Dit gebeurt aan de hand van een non-contact tonometer. U kijkt naar een lichtje waarna een kort luchtpufje in het oog geblazen wordt. Hierdoor zal het hoornvlies tijdelijk lichtjes indeuken. Het toestel meet de afvlakking van het hoornvlies om dit vervolgens om te zetten naar een drukwaarde.

Een normale oogdruk ligt tussen 10 en 21 millimeter kwikdruk. Dit toestel is minder betrouwbaar dan een contact drukmeting, maar het geeft wel een goede indicatie. Bovendien wordt het vergelijken van de oogdruk voor en na de ingreep mogelijk gemaakt.

Vooral bij het implanteren van een ICL (Implanteerbare Contact Lens) is het zaak om de oogdruk in de gaten te houden. De implantlens wordt namelijk achter de pupil en voor de eigen ooglens geplaatst. Dit kan een verhoogde oogdruk veroorzaken. Preventief zal deze ingreep voorafgegaan worden met het maken van een kleine opening in de iris (het regenboogvlies) om een verhoogde oogdruk te voorkomen.

Speculaire microscopie

Tijdens dit onderzoek wordt het aantal endotheelcellen van het hoornvlies gemeten. De endotheellaag is de binnenste laag van het hoornvlies. Voldoende endotheelcellen, alsook een goede kwaliteit van de endotheelcellen is een voorwaarde voor het ondergaan van refractiechirurgie. U kijkt hiervoor door het toestel naar een lichtje. Er wordt gevraagd om eventjes niet te knipperen en de ogen wijd open te houden. Vervolgens wordt er een scan gemaakt van de endotheellaag.

Gezichtsveldonderzoek

Een gezichtsveldonderzoek gaat na of er uitval is van het centraal of perifeer gezichtsveld. Op basis van dit onderzoek kunnen onderliggende afwijkingen, zoals open hoek glaucoom, ontdekt worden. Het onderzoek gebeurt oog per oog. U kijkt in een koepel en fixeert op een vast geelgekleurd lichtje. Ondertussen verschijnen rondom in de koepel witte lichtjes. Deze kunnen variëren in grootte en in lichtintensiteit. Telkens wanneer u een wit lichtje ziet, drukt u op een knop. Het toestel registreert dit en stelt vervolgens het gezichtsveld visueel voor.

Corneatopografie

Een corneatopograaf maakt een driedimensionale weergave van de voor- en achterzijde van het hoornvlies (cornea). Er wordt enerzijds een kaart gemaakt van de dikte van het hoornvlies. Het hoornvlies moet namelijk voldoende dik zijn om laserchirurgie te kunnen uitvoeren.

Om de sterkte van het oog te wijzigen, zal laserchirurgie het hoornvlies ietwat verdunnen. Aangezien een te dun hoornvlies in de toekomst instabiel kan worden, moet er voldoende marge zijn. Patiënten met een te dun hoornvlies komen daarom niet in aanmerking voor deze behandeling. 

Anderzijds brengt de corneatopograaf de brekingskracht op verschillende plaatsen van het hoornvlies in beeld. De oogchirurg kan op basis van deze beelden bepalen waar de laser de verdunningen aan het hoornvlies moet toebrengen.

Om een betrouwbare meting uit te voeren, is het van belang dat zachte contactlenzen gedurende één week voor het onderzoek niet gedragen worden. Harde lenzen mogen gedurende drie weken niet gedragen worden. Contactlenzen vervormen namelijk het hoornvlies waardoor dit een vertekend beeld oplevert bij het onderzoek.

Meting pupilgrootte

De grootte van de pupil wordt opgemeten in donkere omstandigheden, met andere woorden wanneer de diameter van de pupil het grootst is. Dit is van belang voor de bepaling van de grootte van de optische zone van de laserbehandeling.

Hoe groter de pupil, hoe groter het oppervlak van het hoornvlies dat gelaserd kan worden. Het is immers de bedoeling dat ook in donkere omstandigheden scherp gezien kan worden. Dit is enkel mogelijk wanneer al het invallend licht door de behandelde zone van het hoornvlies het netvlies bereikt. Licht dat door het onbehandelde deel van het hoornvlies invalt, veroorzaakt namelijk een onscherp beeld.

De meting gebeurt met de corneatopograaf. Het toestel vermindert de hoeveelheid invallend licht en maakt na, gewenning aan deze beperkte hoeveelheid licht, een foto van de pupil.

oogmeting vooronderzoek laserbehandeling

Beoordeling tranenfilm

Droge ogen is in de meeste gevallen een contra-indicatie voor het ondergaan van laserchirurgie. Laserchirurgie kan de ogen namelijk uitdrogen. De mate van uitdroging is afhankelijk van het type laserchirurgie. Zo veroorzaakt een SMILE behandeling minder droge ogen dan een LASEK of femto-LASIK behandeling.

De aanwezigheid van droge ogen kan onderzocht worden aan de hand van een kwalitatieve meting van de traanfilm. De traanfilm bestaat uit drie lagen waaronder een olielaag en een waterige laag. Het toestel meet hoe lang het duurt eer de olielaag van de tranenfilm op het hoornvlies breekt. Dit noemen ze in het Engels de ‘Break Up Time’, ook wel ‘BUT’. Een gebroken olielaag maakt verdamping van de waterige laag mogelijk, wat kan leiden tot droge ogen. Om een kwalitatieve meting uit te voeren is het van belang dat u tijdens dit onderzoek niet knippert.

Wanneer u last heeft van matig droge ogen, kan er eventueel geopteerd worden voor een SMILE behandeling. Ernstige droge ogen zijn echter een contra-indicatie voor een laserbehandeling. In dit geval wordt gekozen voor het plaatsen van een implanteerbare contactlens (ICL), hetgeen het ontstaan van droge ogen niet beïnvloedt.

Biometrie

De biometrie van het volledige oog wordt gemeten. Hieronder valt onder andere het meten van de lengte van het oog, de lengte van de voorste oogkamer, de kromming van het hoornvlies, het astigmatisme van het hoornvlies … Deze waarden zijn van belang voor het berekenen van de sterkte van de eventueel in te planten lens. Het toestel ‘Lenstar’ maakt deze metingen mogelijk.

Meting van het astigmatisme

Wanneer er sprake is van astigmatisme van het hoornvlies, wordt er een bijkomend onderzoek uitgevoerd zodat er preciezere gegevens verkregen worden over het astigmatisme. Dit is van belang bij het implanteren van een torisch lens. Het is namelijk zo dat de steilste as van het hoornvlies anders kan zijn bij een rechtop zittende houden dan bij een liggende houden.

Om dit verschil te compenseren wordt in het Goes Oogcentrum gebruik gemaakt van het ‘Verion’-toestel.

Netvliesonderzoek

Netvliesonderzoek wordt uitgevoerd om onderliggende aandoeningen uit te sluiten. Er wordt standaard een foto en een scan genomen van het netvlies. Vervolgens voert de oogarts een funduscopie uit waarbij met een heel sterke lens naar het netvlies gekeken wordt. Hiervoor is het van belang dat de pupil verwijd wordt met druppelverwijdende druppels. Deze druppels zorgen ervoor dat u tijdelijk wazig zicht heeft alsook lichtschuw bent. Het voorzien van een zonnebril is geen overbodige luxe op een zonnige dag.

De druppels werken ongeveer twee à drie uur. Omwille van het wazig zicht kan u geen auto besturen of fietsen. Het is aangeraden om een chauffeur te voorzien of om gebruik te maken van het openbaar vervoer voor het huiswaarts keren.

Biomicrsoscopisch onderzoek

Met behulp van een biomicroscoop of spleetlamp kan het voorste deel van het oog onderzocht worden. De oogarts bekijkt onder meer het hoornvlies, de ooglens, de oogleden, de voorste oogkamer, de iris en de pupil.

Aberratiemeting

In het geval Presbyond Laser Blended Vision de meest aangewezen ingreep is voor u, zal er een bijkomende aberratiemeting uitgevoerd worden in het LVC (Laser Vision Clinics) te Deurne. Aan de hand van een wavefrontmeting (WASCA) wordt de sferische aberratie in kaart gebracht. Het kan zijn dat u voor dit onderzoek ingedruppeld wordt voor het vergroten van de pupil. U voorziet dan ook best een chauffeur, of u maakt gebruik van het openbaar vervoer.

Dit onderzoek kan tot een half uur tijd in beslag nemen.

 

Het vooronderzoek (exclusief aberratiemeting) duurt ongeveer twee uur. De resultaten van de metingen van het vooronderzoek zijn zes maanden geldig.

About the author