Oogproblemen bij kinderen | Goes Oogcentrum

Ook kinderen kunnen oogproblemen krijgen wij zetten er 6 op een rij

Oogcentrum Goes > Nieuws > Ook kinderen kunnen oogproblemen krijgen wij zetten er 6 op een rij

Oogproblemen komen niet alleen voor bij volwassenen, ook kinderen krijgen er mee te maken. Wij zetten de zes meest voorkomende oogproblemen bij jonge kinderen op een rij. En we geven er ook meteen de oplossing bij.

1. Bijziendheid of myopie

Zit uw kind vaak dicht bij de televisie of leest het vanaf een erg kleine afstand? Kan hij/zij het schoolbord niet goed zien? Heeft je zoon/dochter last van frontale hoofdpijn? Al deze zaken kunnen wijzen op bijziendheid of myopie.

Myopie of bijziendheid komt tot stand als het oog “te” groot wordt. Als licht door het oog gaat, valt het op een bepaald moment samen op één punt ergens in het oog. Bij een emmetroop, een persoon die geen bril nodig heeft, valt dit punt mooi samen op de gele vlek van het netvlies. Bij een bijziend persoon valt dit punt voor het netvlies. Resultaat? Het zicht ver weg is wazig.

Bijziendheid komt erg vaak voor en is makkelijk te behandelen met een bril of contactlenzen. Bij kinderen proberen we de correctie zo minimaal mogelijk te houden, vaak 0.50D of 0.75D onder de gemeten bijziendheid. Bovendien tonen studies aan dat buitenspelen één van de beste strategieën is om bijziendheid te remmen of te minimaliseren. Ongeveer anderhalf uur buitenspelen bleek al voldoende te zijn. Na drie jaar toont de studie aan dat deze kinderen ongeveer 30% minder bijziend waren dan de groep die dit niet deed.

2. Verziendheid of hypermetropie

Verziende kinderen hebben vaak last van frontale hoofdpijn, een korte aandachtsspanne en moeilijkheden bij het lezen en een wisselend zicht en vermoeidheid.

Hierboven gaven we al aan dat een bijziend persoon een groter oog heeft. Bij verziendheid of hypermetropie geldt net het omgekeerde. Het oog is kleiner waarbij een beeld achter het netvlies gevormd wordt. Deze personen hebben vooral last om dichtbij scherp te zien.

Belangrijk om te weten: de meeste peuters zijn verziend. Dit is normaal en zelfs gewenst, want het biedt een soort buffer tegen bijziendheid. Het kind groeit verder op en de verziendheid neemt daarmee steeds meer af. Dit noemen we de emmetropisatie van de ogen.

3. Een ovaal oog of astigmatisme

Met astigmatisme wordt bedoeld dat het oog een iets meer ovale vorm heeft dan normaal. Het perfecte oog heeft een mooie ronde vorm zoals een voetbal. In het geval van astigmatisme neemt het oog meer een rugbybal-vorm aan. Het zicht is vaak niet slecht, maar wel lastig. De contouren van letters of cijfers zijn niet goed omlijnd. Kinderen met astigmatisme wisselen bijvoorbeeld de letters E en B snel om. Gelukkig is astigmatisme perfect te corrigeren met een bril.

4. Een lui oog of amblyopia

Een lui oog of amblyopie is een oog dat minder gestimuleerd werd tijdens de ontwikkeling van de ogen. Amblyopie is moeilijk te ontdekken vermits het kind vaak zelf geen last heeft en aan de ogen meestal niets te zien valt.

Er zijn wel een aantal zaken die kunnen wijzen op een lui oog, zoals:

  • Het functionele oog voorop plaatsen door het hoofd vaak gedraaid te houden
  • Stoot/loopt vaak tegen zaken aan
  • Een ietwat onhandige indruk
  • Als het goede oog afgedekt wordt zal het zicht slecht zijn

Het is belangrijk dat een lui oog opgemerkt wordt. Liefst voor de leeftijd van acht jaar, want dan ontwikkelt het oog zich nog sensorisch en kunnen we nog veel doen. Na die leeftijd vermindert de kans om het zicht van dat oog terug goed te krijgen. Een orthoptist onderzoekt samen met een oogarts de oorzaak van het luie oog.

  • Verziendheid op één oog
  • Zeldzamer is bijziendheid op één oog
  • Een scheel oog
  • Een pathologie

Afhankelijk van de diagnose wordt een behandelingsplan. Dit kan een bril zijn, een plakker over het goede oog of een combinatie van beide. Bij het afplakken van het goede oog, occlusietherapie genoemd, dwingen we het luie oog mee te werken en wordt het zo meer gestimuleerd. Indien er een pathologie gevonden wordt, wat minder vaak voorkomt, kan eventueel voor medicatie of een operatie gekozen worden.

5. Scheelzien of strabisme

We spreken van scheelzien of strabisme als één of beide ogen niet recht kijken. Een scheelstand wordt meestal gevonden bij kinderen tussen de één en vier jaar. Dit heeft te maken met het feit dat het schele oog niet voldoende gestimuleerd wordt en dus potentieel lui kan worden.

Het is erg belangrijk voor de visuele ontwikkeling van het kind om dit te behandelen. Soms kunnen we met een bril en/of oefeningen een goed resultaat behalen. In de meeste gevallen wordt het goede oog afgeplakt zodat het schele oog gedwongen wordt terug recht te kijken. Mocht dit niet helpen, kan chirurgie worden overwogen. Hierbij zal de chirurg de oogspieren die nodig zijn om het oog terug recht te laten zien losser of korter maken.

Strabisme of scheelzien komt vaak in eenzelfde familie voor. Heeft de vader of moeder van het kind een scheelstand of is hij/zij daaraan behandeld geweest, dan is het verstandig de ogen van het kind zeker eens te laten onderzoeken. Dit kan het beste gebeuren vanaf de leeftijd van één jaar. Na de leeftijd van zes jaar komt dit minder vaak voor.

6. Oogbindvliesontsteking of conjunctivitis

Een oogbindvliesontsteking oftewel conjunctivitis komt vaak voor en vooral bij kinderen. We kunnen het makkelijk herkennen aan het wit van het oog, de conjunctiva of het oogbindweefsel genoemd, dat rood ziet. Het betrokken oog of de ogen zullen voor matige tot felle irritatie zorgen. We zetten de meest voorkomende vormen van conjunctivitis op een rij:

  • Allergische conjunctivitis. Een allergie kan een ontsteking veroorzaken ter hoogte van de conjunctiva. Dit wordt getypeerd door veel tranen, jeuk en rode ogen. Deze variant gaat normaal vanzelf weg, maar kan soms langer aanhouden waardoor een behandeling nodig kan zijn.
  • Bacteriële conjunctivitis. De bacteriële en virale vormen komen het meest voor bij kinderen. Deze ontsteking ontstaat door een besmetting met een bacterie of virus. Typerend voor een virale infectie zijn veel tranen, roodheid en soms slijmpjes. Bij een bacteriële infectie vinden we een meer gelige slijmvorming en korstjes samen met roodheid van de conjunctiva.
  • Virale conjunctivitis. Dit is samen met de bacteriële vorm, de meest voorkomende.

De meeste bindweefselonstekingen zijn van voorbijgaande aard en hebben geen behandeling nodig. Heeft uw kind echter veel last of blijft de roodheid en irritatie aanhouden is een bezoek aan de oogarts aangewezen.

 

Maak nu je afspraak makkelijk online

Snel en eenvoudig

Wenst u meer informatie?

Laat het ons weten
About the author

Leave a Reply